 |
|
Verklaring Stamboomonderzoek |
|
Waarom? |
|
Door het raadplegen van
bepaalde bronnen (parochieregister, burgerlijke stand,
bevolkingsregister, militieregister, enz...) stelt men eerst een
zakelijke stamboom op.
Die bevat gegevens zoals
voornaam, geboorte-/doopdatum, huwelijksdatum, overlijdensdatum, enz...
De zo samengestelde lijst
vormt de ruggegraat van de geschiedenis van een familie.
Er zijn immers nog veel
meer gegevens terug te vinden, die een stamboom interessant en leesbaar
maken. Men zoekt dan bijv. ook naar beroepen, eigendommen en
woonplaatsen. Ook oude foto's, krantenknipsels en doodsprentjes worden
verzameld.
De studie van ons
voorgeslacht geeft niet alleen persoonlijke voldoening, maar leidt ook
tot een sociaal inzicht en culturele verrijking. Immers, om het leven
van een betovergrootvader te kunnen begrijpen, moet men ook de
historische en economische achtergrond en de plaatselijke cultuur kennen.
Daarom is het noodzakelijk de geschiedenis van het bewuste dorp en de
streek te kennen. Vooral voor Vlaanderen en Nederland is dit een
uitdaging. Bijna nergens in Europa zijn zoveel oorlogen uitgevochten als
in de Nederlanden. De omgeving beïnvloedde - net als nu - sterk het
leven van onze voorouders. Wie was er aan de macht? Was er een opstand
of misschien hongersnood in de streek waar zij woonden?
Een genealoog moet dus op
de hoogte zijn van de geschiedenis van de Nederlanden. Hij of zij houdt
zich ook bezig met heemkunde, de plaatselijke geschiedenis. Om de inhoud
van notariële akten en testamenten te kunnen begrijpen is enige kennis
van oude maten, gewichten en munten zeer nuttig. Komt men een
interessant wapenschild of blazoen tegen, dan wordt studie van heraldiek
noodzakelijk. Oude teksten vormen dikwijls een probleem: een cursus "Oud
Schrift" kan hieraan verhelpen. Men moet ook wat keukenlatijn en Frans
kennen om de inhoud van de akten te begrijpen.
|
|
 |
|
 |
|
Soorten stambomen |
|
Binnen de genealogische
wereld hebben zich in de loop der tijd systemen ontwikkeld om stambomen
begrijpelijk voor te stellen. Er zijn een aantal stamboomsoorten in
gebruik, waaronder de:
stamreeks of
voorouderreeks
familienaamstamboom
familiestamboom
of parenteel
kwartierstaat |
|
Stamreeks
of voorouderreeks |
|

|
|
Hierbij worden alleen de
ouders, de grootouders, de overgrootouders, ... langs vader's kant
vermeld.
Het betreft onze rechtstreekse afstamming.
Broers en zusters worden
NIET vermeld.
|
|
Familienaamstamboom |
|

|
|
Dit is de stamboom van al
de tot uw familie behorende naamgenoten.
Mensen die uw naam niet
dragen, komen hier NIET in voor. Alleen echtgenoten worden vermeld.
Schoonouders en kinderen van uw zuster worden dus NIET opgenomen.
|
|
Familiestamboom
of Parenteel |
|

|
|
Dit is de stamboom van
alle afstammelingen van een bepaald
voorouderpaar. Ook degenen die uw naam niet dragen, maar
wel familie zijn, worden vernoemd. Dus ook de kinderen en kleinkinderen
van uw zuster of tante.
Er komen veel mensen in
voor die slechts van héél erg ver familie van u zijn. Het aantal
verschillende familienamen is uiteraard groter bij een
familienaamstamboom.
Een dergelijke stamboom
kan na jarenlange opzoekingen uitgroeien tot een reusachtige verzameling
van namen en data.
|
|
Kwartierstaat |
|

|
|
Een kwartierstaat geeft de
beste voorstelling van uw afkomst, de maatschappelijke stand en de
erfelijke geaardheid. Het is een lijst van
al uw voorouders.
Alleen de ouderparen
worden vernoemd; broers en zusters worden NIET opgenomen.
Iedereen heeft 2 ouders, 4
grootouders, 8 overgrootouders, 16 betovergrootouders, enz... Men
spreekt dan van uw 2, 4, 8, 16,... kwartieren.
Bij elke generatie
verdubbelt het aantal personen, zodat u bijvoorbeeld na 15 generaties
16.384 voorouders hebt, waarvan u een (genetisch) stukje meedraagt.
Uiteraard is het aantal
voorouders theoretisch, want na enkele generaties volgt wellicht
kwartierverlies. Dat komt
voor als één van uw voorouders huwde met iemand uit een familie die
reeds in de kwartierstaat voorkomt.
Men gaat uit van zichzelf
als kwartierdrager, in tegenstelling tot een stamboom, waar de oudst
gekende voorvader de hoofdfiguur is. |
|
|
|
Generaties noemen |
|
Tot betovergrootvader of
betovergrootmoeder kunnen we allemaal wel terugtellen.
Maar hoe gaat het verder?
|
|
Naam |
Generatie |
Generatie |
Geb. Jaar |
|
achterkleinzoon |
- |
- |
2030 |
|
kleinzoon |
- |
- |
2000 |
|
zoon |
- |
- |
1970 |
|
IK / U |
1 |
I |
1940 |
|
vader |
2 |
II |
1910 |
|
grootvader |
3 |
III |
1880 |
|
overgrootvader |
4 |
IV |
1850 |
|
betovergrootvader |
5 |
V |
1820 |
|
oud-vader |
6 |
VI |
1790 |
|
oud-grootvader |
7 |
VII |
1760 |
|
oud-overgrootvader |
8 |
VIII |
1730 |
|
oud-betovergrootvader |
9 |
IX |
1700 |
|
stam-vader |
10 |
X |
1670 |
|
stam-grootvader |
11 |
XI |
1640 |
|
stam-overgrootvader |
12 |
XII |
1610 |
|
stam-betovergrootvader |
13 |
XIII |
1580 |
|
stamoud-vader |
14 |
XIV |
1550 |
|
stamoud-grootvader |
15 |
XVI |
1520 |
|
stamoud-overgrootvader |
16 |
XVI |
1490 |
|
stamoud-betovergrootvader |
17 |
XVII |
1460 |
|
Het vermelde geboortejaar is slechts een aanduiding. In dit voorbeeld
werd voor elke generatie 30 jaar aangerekend.
Uiteraard kan hierbij "vader" en "zoon" door respectievelijk "moeder" en
"dochter" worden vervangen.
Tot in het oneindige gaat
de naamgeving echter niet! |
|
 |
|
Waar zoeken? |
|
Een eerste aanzet vindt u
in het eigen familiearchief. Meestal bestaat er wel een schoendoos met
foto's, rouwbrieven en doopkaartjes. Die documenten beschrijven de
laatste 2 à 3 generaties.
Men moet tot vóór 1900 in
de geschiedenis kunnen teruggaan. De aktes van 1900 tot op heden zijn nl.
nog niet vrijgegeven, omdat ze beschermd zijn door de wet op de privacy.
Een onderscheid kan worden
gemaakt in de bronnen, hieronder vermeld de:
Burgerlijke
Stand
Parochieregisters
andere bronnen
|
|
Burgerlijke Stand |
|
De Burgerlijke Stand bevat
akten van de periode 1796 tot 1900. In principe moet men ze kunnen
raadplegen op de gemeentenhuizen. Door toepassing van de Franse
wetgeving in België - na de Franse Revolutie en de verovering van de
Nederlanden - moest sedert juni 1796 elke gemeente lijsten bijhouden van
haar burgers. Dit werd, en wordt nog steeds gedaan door ambtenaren.
Er zijn vier soorten
akten:
-
geboorteakten
-
huwelijksafkondigingen
-
huwelijksakten
-
overlijdensakten
Men vindt op de
gemeentehuizen echter ook akten van echtscheiding, adoptie, erkenning
van natuurlijke kinderen en wettiging.
Bij de huwelijksakten
hoort een bundel bijlagen, waaronder een afschrift van de geboorteakte
van bruid en bruidegom, geboorte en/of overlijdensakte van de ouders, en
eventueel een militiegetuigschrift en akten van toestemming of verzet.
Er moeten ook steeds getuigen aanwezig zijn bij het opstellen van een
akte. Deze getuigen hoeven geen familieleden te zijn.
Bij de huwelijksakten tekenen echter meestal wel familieleden, vermits
het om een op voorhand geplande gebeurtenis gaat.
Overlijdens worden meestal door de echtgenoot of door het oudste kind
aaangegeven, geboortes door de vader. Een meter en peter zijn meestal
uitsluitend aanwezig bij het eventuele doopsel.
De registers van de
burgerlijke stand worden in dubbel opgemaakt en per 31 december van elk
jaar door de ambtenaar afgesloten. Elk jaar maakt de gemeente ook een
index van alle akten. Eén exemplaar wordt bewaard in het archief van de
gemeente, het andere wordt neergelegd op de griffie van de rechtbank van
Eerste Aanleg.
Om de tien jaar maakt de
hoofdgriffier van de rechtbank een index op alle akten van de voorbije
tien jaar. Een exemplaar wordt aan de gemeente overgemaakt. Vooral de
oudere indexen zijn niet helemaal te vertrouwen: er komen nogal wat
fouten in voor. Sommige lijsten zijn niet alfabetisch gerangschikt.
In de rijksarchieven
bewaart men een dubbel van alle akten en indexen, die in principe
toegankelijk zijn voor iedereen. De meeste documenten werden op
microfilm gezet. Sedert 1847 wordt in elke gemeente bovendien een lijst
bijgehouden van alle (levende) inwoners, gerangschikt per straat of
district, het bevolkingsregister. Deze zijn het resultaat van tienjaarlijkse volkstellingen. Ook deze
lijst wordt na 100 jaar aan de rijksarchieven ter inzage van het publiek
overgemaakt. Voor de periode van 1797 tot 1847 komen eveneen
bevolkingsstaten voor.
Voor de datums in akten
van de vroege Burgerlijke Stand werd meestal de Franse kalender gebruikt.
De nieuwe kalender werd in oktober 1793 door de Convention
Nationale aangenomen, met terugwerkende kracht vanaf 22
september 1792. Na de Revolutie was immers een nieuwe tijd aangebroken.
Men wou al de oude kerkelijke gebruiken terzijde schuiven. Het nieuwe
jaar (te beginnen van I) zou 12 maanden tellen, met elk 30 dagen, en op
het einde van het jaar volgden nog 5 jours complémentaires.
Maandnamen zoals Frimaire, Germinal en Fructidor
vervingen de oude namen. In plaats van bijvoorbeel 23 februair 1799
vermeldt een akte dan 5 Ventose VII.
In december 1805 werd de Gregoriaanse kalender terug ingesteld, zoals we
die heden nog kennen.
|
|
FRANSE KALENDER |
afgeleid van |
komt overeen met |
|
Vendémiaire
Brumaire
Frimaire
Nivôse
Pluviôse
Ventôse
Germinal
Floréal
Prairial
Messidor
Thermidor
Fructidor
|
wijnoogst
mist
koude
sneeuw
regen
wind
kiem
bloem
weide
oogst
warmte
fruit
|
september -
oktober
oktober - november
november - december
december - januari
januari - februari
februari - maart
maart - april
april - mei
mei - juni
juni - juli
juli - augustus
augustus - september
|
|
Parochieregisters |
|
De parochieregisters
werden door de plaatselijke priesters opgemaakt. Zij noteerden doop,
communie, huwelijksbelofte, huwelijk en begrafenis van hun dorpsgenoten.
Deze akten behandelen de periode tussen 1600 en 1796, maar vele
parochies beschikken over gegevens vanaf 1550. Reeds in 1411 werden
priesters door de bisschop van Nantes aangemaand doopregisters bij te
houden. Pas na het Concilie van Trente (1563) werd de
regel algemeen.
Het merendeel van de oude
akten is in het Latijn opgesteld. De inhoud was niet aan regels gebonden,
zodat de ene pastoor (of koster) veel, en de andere weinig gegevens
vermeldde. Soms ontbreken interessante namen of data. De familienamen
vertonen veel variante schrijfwijzen en werden vaak ver-Latijnst.
Dopen, kerkelijke
huwelijken en begrafenissen worden ook nu nog door de Kerk bijgehouden.
Deze registers hebben echter geen wettelijk karakter.
|
|

|
|
8 |
December
bapta est maria filia
illeg: guilielmi haesaert
et antonia wieda. susc:
hermanus van der beeck
et cornelia strykers . . . . portvliet
|
December
Op 8 december werd te Poortvliet gedoopt: Maria, onwettige dochter van
Willem Haesaert en Antonia Wieda. De doopheffers waren Herman Van der
Beeck en Cornelia Strykers. |
|
ii |
baptus est henricus filius
leg: marini broos et
catharina venna. susc:
wilhelmus berckmans et
cornelia venne . . . . . halsteren
|
Op 11 december werd te
Halsteren gedoopt: Henricus, wettige zoon van Marijn Broos en Catharina
Venne. De doopheffers waren Willem Berckmans en Cornelia Venne.
|
|
Er zijn ook indexen ("klappers")
op de oude parochieregisters gemaakt. Die werden pas na 1800 opgesteld,
en behandelen dus akten van een periode van meer dan 200 jaar. Deze
indexen zijn niet erg betrouwbaar, onder andere omdat de ambtenaren die
ze opstelden het oude schrift van de akten slecht konden lezen. Sommige
akten werden zelfs overgeslagen of foutief gelezen.
Een aantal
parochieregisters is samen met andere oude documenten verloren gegaan in
de loop der jaren, vooral in de periode van de Boerenkrijg.
|
|
Andere
bronnen |
|
Overige kerkelijke bronnen
zijn o.a.: kerkrekeningen, rekeningen van de Tafel
van de Heilige Geest, armenlijsten, registers van
religieuze broederschappen.
Oude niet-kerkelijke
archieven zijn onder andere de schepenakten, die allerlei
gebeurtenissen in een dorp of stad beschrijven. Het gaat meestal over de
verkoop van grond, uitspreken van straffen, innen van belastingen,
aanduiden van voogden, aanstellen van bestuurders, enz...
Notarisakten
en archieven van gilden zijn zeer interessant.
Volkstellingen en haardtellingen uit de 16de
en 17de eeuw zijn bewaard gebleven. Die hadden meestal tot
doel belastingen te heffen op alle inwoners van een dorp, of
bijvoorbeeld op het aantal dieren die ze bezaten.
De Rijksarchieven bewaren
vele van deze documenten in dubbel, vaak ook op microfilm.
Voor lokale documenten kan
men bij de respectievelijke stads- en gemeentearchieven informatie
inwinnen. Sommige gemeenten hebben een goed gedocumenteerde
archiefdienst, vaak ondergebracht in de openbare bibliotheken. Jammer
genoeg zijn er nog steeds gemeenten die helemaal niet over een
dergelijke dienst beschikken. Dan kan men eventueel bij de lokale
heemkundige kring aankloppen.
|
|
"Moderne" bronnen zijn
o.a.: militie-archieven, Franse volkstellingen en gedwongen leningen,
notarisakten, conscriptielijsten, akten van het kadaster,
kiezerslijsten, oude kranten en tijdschriften, inschrijvingen in
scholen, zelfs telefoonboeken.
Er zijn uiteraard ook data
van vóór 1550. Deze zijn echter niet algemeen. Meestal behandelen ze
overdrachten van goederen of gronden, pachten, toekenning van rechten,
processen, enz...
Is men van adel, dan is
het mogelijk om nog veel verder de geschiedenis in te gaan.
|
|
Een genealoog stelt zijn voorouders niet beter voor dan ze waren.
Misschien kwamen ze ooit in aanraking met de sterke arm der wet, of
vochten ze ooit in één of andere vergeten oorlog aan de "verkeerde" kant?
Misschien was onze betovergrootmoeder wel "in gezegende staat" bij haar
huwelijk?
De tijd heelt alle wonden,
en dus kunnen we vanop een objectieve afstand het leven van onze
voorouders samenstellen.
|
|
|